ROEPING © 1993 - tekst & muziek: Erik Brey, Marleen van Hilten / Erik Breij Toen ik die zieke vogel vond, ja toen is het begonnen Terwijl 'k het beest zijn poot verbond heb ik een spel verzonnen Mijn moeder naaide toen een schort voorzien van een rood kruis Ik zei meteen: mijn kamer wordt een dierenziekenhuis Het was voor mij geen kinderspel die vogel te verplegen Alleen zijn spoedige herstel kwam mij niet erg gelegen Ik was door zijn genezen poot van een patiënt verstoken Ik heb hem toen uit pure nood zijn andere poot gebroken Roeping, ik heb een roeping Ik ben zo dol op die van pijn vertrokken monden Om zo'n patiënt te laten lopen is toch zonde Wie ziek bij mij komt zal het blijven, principiëel Ik ben een hele nieuwe Florence Nightingale Verplegen deed mij veel plezier, ik pleegde als de gekken Vaak duwde ik in 't speelkwartier de kleuters van de hekken Lag dan zo'n kindje op de grond verzorgde ik z'n beentje En als ik geen verwonding vond dan maakte ik er eentje Soms krijg ik het benauwd ervan en wordt het mij te machtig Dan loopt daar zo'n gezonde man van achter in de tachtig Die sla ik dan een kaakfractuur en schop tussen z'n benen Want dan kan ik pas echt de aller-'eerste hulp' verlenen Roeping, ik heb een roeping Ik ben zo dol ..... (enz.) Ik werk nu in de P.G. want daar wilde ik wezen En help patiënten naar de plee die bijna zijn genezen Bij terugkomst hebben zij dan één of andere verminking Dan komt dan door mijn roeping en mijn drang tot klantenbinding Roeping, ik heb een roeping Ik ben zo dol ..... (enz.)