DE MIDDELEEUWEN © 1993 - Friso Wiegersma / Erik Breij Op school begreep ik er al niet zo heel veel van, dat van die Hoekse en die Kabeljauwse twisten Het drong niet tot me door waarom het eigenlijk ging, het kan best zijn dat ze dat zelf ook niet meer wisten Maar toch, het heeft een dikke eeuw gegist, da's toch een aardig tijdje voor een twist Maar ja, maar ja, dat waren ook die donk're Middeleeuwen, met van die kleine staten die zo hun buurman haatten Dat als er een z'n zin niet kreeg hij moord en brand ging schreeuwen, dan had je weer voor je het wist zo'n eindeloze twist Met man en macht begonnen ze te plunderen, te moorden, wat burgers af te slachten, de vrouwen te verkrachten Te martelen, te gijzelen en omdat het zo hoorde, werd heel de stad met meesterhand volledig platgebrand Dan kwamen er weer bondgenoten die dat wilden wreken, dan rolden er weer koppen, totdat ze moesten stoppen Ten slotte kwam er een verdrag, maar als dat was getekend, werd het verbroken na een tijd en was 't weer haat en nijd En in de na-sleep van zo'n nutteloze strijd, was er dan altijd weer een vluchtelingen-horde Een mensen-massa die, berooid en anoniem, in één klap was ontheemd, en bedelaar geworden Wanhopig naar een onderdak op zoek, één regel maar in het geschied'nisboek En altijd had de ander het gedaan, wat of hij had gedaan, dat deed niet meer ter zake Hij was 'de ander' dus hij hoorde er niet bij en dat was reden zat om hem van kant te maken Ja, 't is barbaars, zo'n zinneloze strijd, maar ja, het was dan ook een and're tijd De Middeleeuwen Een middeleeuws probleem dat was de hongersnood, met telkens weer opnieuw broodmagere misdeelden Met zieke kinderen en doden langs de weg, het hoorde langzaamaan tot de bekende beelden Misère die je maar weer snel vergat, wanneer je zelf genoeg te eten had De boeren waren een probleem dat niet scheen op te lossen en, kwaad en ontevreden, bestormden ze de steden De vraag naar hout die was enorm, maar daarvoor had je bossen, dus kapten ze, heel olie-dom, enorme wouden om En wat ze deden met hun vuil was werk'lijk om te huilen, ze smeten, vroeg of later, hun rotzooi in het water En zagen er geen been in rivieren te vervuilen, als het maar wegdreef, god-weet-hoe, het liefst naar buurman toe Gelukkig was er sport en spel, als troost voor de ellende, met doden en gewonden, dus dat werd leuk gevonden De veiligheid was een probleem, het barstte van de bendes, met overval en moordaanslag, de orde van de dag Wat was de ware godsdienst, wie had er gelijk? In naam van dat gelijk vielen er steeds weer doden De bijbel en koran, twee werelden apart. Sla-dood, dat was de kreet ter ere van hun goden En beiden eisten zij met luide stem de baas te worden in Jeruzalem Bepaalde ziektes waren een taboe, een medicijn daarvoor nog altijd niet gevonden Maar vrome lieden zeiden: 't is de straf van God, het is een boetedoening voor hun eigen zonden Intolerantie en bekrompenheid, maar ja, het was dan ook een and're tijd De Middeleeuwen Toch hadden ze cultuur, en niet zo weinig ook, met grote kunstenaars en al die kathedralen Maar buiten die cultuur ging het om macht en geld en de corruptie was de dood voor idealen En dreigend groeide de onzekerheid, maar ja, het was dan ook een and're tijd De Middeleeuwen