KAMERBREED © 1995 - tekst & muziek: Erik Breij Ik ben niet eens in Amsterdam geboren. Ik woon er, maar niet eens in de Jordaan. Sta onbewogen voor de Westertoren, Daar kom ik daag'lijks, maar ik kom er niet vandaan. Maar als ik echte Amsterdamse liedjes meezing, Dan zou ik nergens anders willen zijn, En weet je waarom ik nou zo graag Jordanees zing ? Ze gaan zo lekker hard en hoog in het refrein. Amsterdam, laat m'n longen maar zwellen. Laat m'n stembanden gieren van genot. 't Is niet mooi, maar 't zijn wel decibellen. Kan niet schelen, scheur m'n keel maar kapot. Laat die professionelen maar kwelen: Pavarotti, Domingo, me reet ! Amsterdam, met je wijd open kelen, Als 't maar hard is en kamerbreed. 't Heb altijd geprobeerd om mooi te zingen, Heel zuiver en gevoelig en apart. Maar af en toe kan ik me niet bedwingen, En zing ik liever minder mooi maar wel heel hard. Je moet zo'n Amsterdams vibrato eens proberen, Man, je adamsappel stuitert in je krop. Het kost je op den duur je nieren, dat vibreren, Maar dan vallen al die valse noten niet zo op. Amsterdam, laat m'n longen maar zwellen. Laat m'n stembanden gieren van genot. 't Is niet mooi, maar 't zijn wel decibellen. Kan niet schelen, scheur m'n keel maar kapot. Laat die professionelen maar kwelen: Pavarotti, Domingo, me reet ! Amsterdam, met je wijd open kelen, Als 't maar hard is en kamerbreed.