HEILIGENSTADT muziek: Pianosonate, opus 28 (Pastorale): Andante Ludwig van Beethoven,1801 tekst: fragmenten uit "Heiligenstädter Testament" Ludwig van Beethoven, 1802 Bewerking en Nederlandse vertaling: © 1998 - Erik Brey Vanuit het origineel vertaald, bewerkt, en uitgevoerd in het theaterprogramma "Dolores" door Erik Brey O jullie die mij onaardig, vijandig of mensenschuw vinden, wat doen jullie mij onrecht. Jullie kennen de verborgen oorzaak niet van wat jullie toeschijnt. Geboren met een vurig, levendig temperament en juist erg ontvankelijk voor gezelligheid, moest ik mij al op jonge leeftijd afzonderen en mijn leven eenzaam doorbrengen. En wanneer ik eens bij vlagen probeerde me over alles heen te zetten, oh hoe meedogenloos werd ik dan gestraft door mijn slechte gehoor, waarvan ik mij dan dubbel bewust was. Toch kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om tegen de mensen te zeggen: praat harder, schreeuw, want ik ben doof. Ach, hoe kan ik het falen toegeven van een zintuig dat ik in een juist grotere volmaaktheid zou moeten hebben dan een ander? Oh, ik kan dat niet. Vergeef het me daarom als ik jullie ontloop, terwijl ik me eigenlijk graag onder jullie had gemengd. Ik lijd dubbel onder mijn beproeving omdat mensen mij verkeerd begrijpen. Zelfs de hoop die ik koesterde dat ik in elk geval tot op zekere hoogte zou genezen, moet ik nu volledig laten varen. Zelfs de innerlijke kracht die ik op mooie zomerdagen zo vaak voelde, is verdwenen. Soms kan ik geen weerstand bieden aan mijn behoefte aan gezelschap. Maar hoezeer voel ik het niet als een vernedering als iemand naast mij in de verte een fluit hoort, en ik niets. Of een herder hoort zingen, en ik weer niets. Het brengt me de wanhoop nabij en het scheelde weinig of ik had eigenhandig een eind aan mijn leven gemaakt. Alleen de Kunst weerhoudt me. Daarom rek ik dit afschuwelijk bestaan. Geduld moet nu mijn leiddraad zijn, totdat het de onverbiddelijke schikgodinnen behaagt om de draad door te knippen. Met vreugde snel ik de dood tegemoet. Komt deze nog voordat ik de gelegenheid heb gehad al mijn talenten te ontplooien, dan komt hij ondanks mijn wrede lot toch nog te vroeg en zou ik hem later hebben gewenst. Maar ook dan schik ik me in mijn lot, want bevrijdt hij me niet van een eindeloos lijden? Nee, Dood, kom maar wanneer het je goeddunkt. Godheid, u daarboven ziet neer op mijn innerlijk. U weet dat ik ben vervuld van mensenliefde. O jullie mensen, die mij onaardig, vijandig of mensenschuw vinden, als jullie dit ooit lezen, bedenk dan dat jullie mij onrecht deden. Vaarwel, heb elkaar lief, en vergeet mij niet helemaal als ik dood ben.