GRAFSCHRIFT © 1987 - Erik Brey / Erik Brey - all rights reserved. Dag argeloze wandelaar Of ver of na familielid, Waarom ziet u zo wit? Uw stille angst verbaast me, Waarom schrikt mijn zerk u af? Ook u komt ooit hier naast me: Wees welkom aan mijn graf. U zegt dat ik niet meer besta, toch staat u hier te kijken, Naar hoe ik traag tot stank verga met mijn collega-lijken. Wat liet ik graag voor straf mijn hand besluiten, Om traag omhoog te kruipen langs uw been, Maar wat hier ligt is dood, en ik ben ver daarbuiten, Vandaar dat ik u slechts begroet in steen. Dag argeloze wandelaar Of ver of na familielid, waarom ziet u zo wit? Hebt u mij iets misdreven Wat ik u nog niet vergaf? Het is alsnog vergeven: Wees welkom aan mijn graf. Ik vroeg mijn hele leven u het dood-zijn uit te leggen, U kon het niet, ik weet het nu, maar kan het niet meer zeggen, Toch zeg ik: hecht u niet aan lijf en leden, Want daarin bent u slechts een passagier, Dus komt u hier voor mij, Bespaar me uw gebeden, Want wat u zoekt bestaat; maar ligt niet hier. Dag argeloze wandelaar Of ver of na familielid, Ik zeg alleen nog dit: Geen mens ging ooit verloren, Slechts uw voertuig legt u af, En hoort met nieuwe oren: Wees welkom in uw graf.