DE ELFENKONING oorspronkelijke titel: ERLKÖNIG tekst: Johann Wolfgang von Goethe muziek: Franz Schubert [opus 1] © 1995 - tekstuele & muzikale bewerkingen: Erik Breij Wie rijdt daar zo laat door nacht en wind ? Het is de vader al met zijn kind. Hij draagt z'n jongen op zijn arm, Omklemt hem stevig en houdt 'm warm. Mijn zoon, wat kijk je zo angstig in 't rond ? Ik dacht dat daar de Elfenkoning stond, Die steelt de zieltjes van kind'ren klein Mijn zoon, 't zal een schaduw zijn. Ach jongenlief, ga met mij mee, Dan gaan we spelen, spelen met z'n twee. En als je t'rug wilt laat ik je gaan, Maar je zult 't zien je wilt nooit meer bij mij vandaan ! Maar vader, die schaduw, die praat tegen mij Hoor jij dat niet ? Hij komt dichterbij ! Blijf rustig, blijf rustig m'n kind, Daar in de blaad'ren ritselt de wind. Wil jij, kleine jongen, niet mee met mij ? Waarom ben je bang ? Kom toch dichterbij. Kijk, daar in de verte, daar gaan wij heen, 'k Zal goed voor je zorgen en laat je nooit alleen, 'k Zal goed voor je zorgen en laat je nooit alleen ! Oh vader, ik zie hem! Ik zie in het licht Vlak boven me zijn bleke gezicht ! Mijn zoon, mijn zoon, nu stel je je aan, Dat is toch gewoon maar de volle maan ? Ik hou van jou, 'k ben werkelijk op je gesteld, Maar als je niet komt nu, gebruik ik geweld ! Oh vader, zijn handen, ik krijgt 't zo benauwd Vader, waarom wordt 't ineens zo koud ? De vader huivert, hij rijdt als de wind, Omklemt in z'n armen het kermende kind, Bereikt het huis ternauwernood... Daar, in z'n armen: het kind was dood !