CELINE © Theodor Holman Hij staart naar de nieuwe vriendin van zijn zoon... en vraagt zich af of hij haar nog in bed zou kunnen krijgen. Het verschil met haar is dertig jaar. Dat komt wel vaker voor. "Hoe heet je ook weer...? Céline..." "Ja, mijnheer". Hij zou veel liever voor haar zijn dan zijn zoon, dat wist hij zeker. Hoewel hij nooit enige vorm van sadisme had gevoeld, denkt hij: En toch zou ik je willen vastbinden, naakt, om alleen maar naar je te kijken, om aan je benen te zitten als ik dat zou willen, of aan je borsten. "Zo, Céline, kan ik iets voor je inschenken en even de honneurs waarnemen voor mijn zoon die, zoals gebruikelijk, weer veel te laat is?" vraagt hij. "Hi hi... een colaatje graag." Was Francien eigenlijk ook zo mooi toen ik haar ontmoette, vraagt hij zich af. Nee. Francien was misschien wel mooi, maar ook gefrustreerd. Hij kan zich nog helder voor de geest halen hoe, op hun huwelijksdag, zijn hand naar haar borst ging. Ze pakte zijn hand koel weg en zei: "Straks pas, nu niet." Het was altijd 'straks pas, nu niet' geweest, en haar lichaam werd mettertijd een oude lap. "Je bent mooi... Céline." Hij probeert iets ongevaarlijk warms in zijn stem te leggen. "O... hi hi... dank u." Zou ze zich voor geld voor hem willen uitkleden? Hij had nu geld genoeg. Het zou hem eeuwige vijandschap met zijn zoon opleveren. Had hij er dat voor over? Ach, als hij er zeker van was dat ze het zou doen, dan had hij er het voor over. Hij kan z'n ogen niet van haar afhouden; een huid zo jong nog en ook nog zo'n begeerlijke mond. En je hebt een verdorven kop, bedacht hij, je bent een slecht hoerig kind! Hij krijgt het benauwd en wil niet de hele tijd naar haar kijken. Hij moet vriendelijk en voorkomend zijn. Iets neutraals zeggen. "Studeer je ook rechten?" "Ja." klinkt het dun. Dan lacht hij verlegen. O, alles aan haar is even heerlijk, en hij is eigenlijk nog... trots dat hij zo'n ordinaire geilheid kan voelen, al wordt het wel steeds gevaarlijker. Opeens zwaait de deur open en komen zijn zoon en vrouw binnen. Zijn zoon kust de jonge godin, en zij kust hem. Hij kijkt dan naar zijn vrouw en ziet hoe zij haar vale regenjas ophangt en met haar dikke poten per ongeluk de paraplui-bak omverstoot...