Last Update: dec 2004
Biografisch

 4 jaar

Hoe 't nou allemaal zo gekomen is? Geen idee eigenlijk. Ik ben niet iemand die al vanaf z'n vijfde wist dat 'ie het toneel op wou. familieleden en andere naasten van vroeger heeft 't nooit verbaasd dat ik daar terecht kwam, maar voor mezelf is dat nooit zo vanzelfsprekend geweest. Maar goed, even vanaf het begin...

Ik word geboren op 27 december 1956 om 02:15. Voor de astrologie-liefhebbers: Ik ben een Steenbok met Weegschaal als ascendant. Een broeierige conjunctie van Maan en Neptunus in Schorpioen. En vooral (erg lastig voor een aarde-Steenbok: een grote driehoek van Mars (Ram) - Uranus (Leeuw) - Venus/Saturnus (Boogschutter) in vuur. In lekentaal betekent dat zoiets als dat ik nooit kan stilzitten; ik heb vanaf m'n vijfde nogal heftig nagels gebeten. Mijn geboortestad is 's Gravenhage, maar "zo ik iets ben, ben ik geen Hagenaar" want we verhuizen al op m'n vierde naar Vinkeveen. Op m'n vijfde komt daar de oude vleugel van oma te staan. Ik ben er aan gaan zitten en er nooit meer afgebleven. Pianoles lukt niet. Het verveelt me. Ik wil steeds iets leren waarmee ik zelf verder kan maar de pianoleraar is niet erg bereidwillig. De eerste twee bladzijden van Folk Dean's "Mijn Eerste Pianoboek" ken ik nog altijd uit m'n hoofd, maar wat heb je er aan? Ik heb een goed muzikaal geheugen en speel alles na een paar keer uit m'n hoofd, maar ik kijk braaf naar de noten alsof ik die speel. Ik zal nog twee keer later in m'n leven een half jaar pianoles nemen maar het lukt niet. Ik kan nog altijd niet behoorlijk noten lezen. Bolletje voor bolletje uitzoeken, als een beginneling. Op m'n tiende vliegt mijn vader zich als testpiloot definitief de hemel in. Het blijkt al snel dat mijn moeder de opvoeding alleen niet aankan en een half jaar later ga ik op kostschool (zie liedtekst: Internaat). De laatste twee jaren lagere school aldaar zijn niet leuk. Kinderen passen zich verbazingwekkend snel aan aan nieuwe situaties maar daarvoor moet wel veel in het onderbewuste worden gepropt en dat 't daar niet je hele leven verborgen blijft kan ik je uit eigen ervaring vertellen.

 10 jaar De middelbare school betekent ook een ander internaat. Daar is het leven gelukkig veel prettiger. De school ernaast is niet alleen van het internaat maar een grote scholengemeenschap en het internaat zelf bestaat uit losse gebouwen waar ook niet-internen welkom zijn. Dan nemen de resultaten op school ineens drastisch af want de puberteit is begonnen. Nou, die sloeg bij mij in als een bom. Na de brugklas ga ik naar het gymnasium. Daar blijf ik zitten met negen onvoldoendes. Na de tweede keer mag ik voorwaardelijk over naar 3 Atheneum. Met kerstmis word ik terug gezet naar 3 Havo. Het was begin jaren zeventig, dus ik had haar waar Winnetou jaloers op zou zijn geweest. Op m'n zestiende wordt ik wegens onhandelbaarheid en marihuana-gebruik ouderwets van kostschool getrapt. Ik ga bij mijn moeder wonen, doe 4 Havo op een plattelandsschool en blijf weer zitten. Vanaf thuis dagelijks heen en weer met de trein ga ik terug naar de eerste school. Na de tweede keer 4 Havo sla ik een klas over, naar 5 Atheneum en het jaar daarop slaag ik, met een her-examen weliswaar, dan toch nog voor Atheneum-A. Maar wat nu gedaan? Geen idee "wat ik wil worden". Ik ga een aantal school vrienden achterna: studeren in Utrecht. Ik schrijf me in voor muziekwetenschappen en word lid van het Utrechtsch Studenten Corps (de corpsballen, die ja). Echt studeren doe ik nog geen maand (gesjeesd dus) maar op het Corps blijf ik de volle vijf jaar lid. Er wordt daar ontzettend veel aan muziek en toneel gedaan, en dat begin ik steeds leuker te vinden. Met Haye van der Heyden (die ik zelfs al vanaf de brugklas ken) en Jan Dagevos beginnen we close harmony te zingen. Dat mondt in 1980 uit tot de oprichting van de theatergroep Purper (met Willem Gülcher als vierde). Contrary to popular belief is Purper nooit een "studenten cabaret" geweest. Daar bedoel ik mee dat je eerst een jaar of langer alleen voor studenten optreedt waarna het uitgroeit tot een professioneel cabaret. Purper heeft zich vanaf de oprichting direct op de theaters gericht.

 12 jaar Het lukte. Zelfs beter en sneller dan we hadden gehoopt. Het eerste seizoen (1981/82) kunnen we al 90 voorstellingen spelen en als blijkt dat we er in het tweede seizoen wel 120 kunnen boeken moet Jan Dagevos kiezen of hij niet toch liever dokter wil worden. Gelukkig heeft Jan nooit spijt gekregen van zijn vertrek. Adelheid Roosen en Toine van Benthem komen. In 1985 gaan Willem en Toine en komt Frans Mulder. In 1986 gaat Haye en komen Karin Bloemen en Bart Kiene. Enzovoorts. Purper heeft bijna evenveel programma's als samenstellingen gehad en dat is ook een van de grote krachten geweest. Ik heb 't 16 jaar gedaan. Nee. ik was niet de spil van Purper. Het fossiel misschien, want ik was wel nog de enige van de oprichtings samenstelling, maar de kern van Purper is ook steeds mee-veranderd. Vanaf Purper 6 (1987) krijgt de kern vaste voet in Frans Mulder en mij. Tot 1997 zijn Frans en ik de artistieke en zakelijke leiding tot ik besluit om alleen door te gaan. In die zestien jaar Purper gebeurt natuurlijk meer dan alleen optreden. Bij een optreden in 1985 met Purper in Tokyo ontmoet ik een vrouw (uit Deventer, die daar al twaalf jaar woont en werkt). We hebben een lang gesprek aan een tafel die ons als met een onzichtbaar energie-schild afschermt van de andere 300 aanwezigen. Later die avond raak ik haar kwijt en de volgende ochtend om 07:00 vliegen we door naar Singapore. Een heel stel brieven en twee maanden later komt ze twee weken bij me logeren, weer drie maanden laten komt ze weer in Nederland wonen, en nog geen jaar daarna staan we ons eerste gezamenlijke huis te schilderen in de wetenschap dat we een kind zullen krijgen. Een tikje overhaast misschien, waar we ook onze tol voor hebben betaald in de huwelijksjaren daarna.

 17 jaar Het oude cliché bestaat niet voor niets: het leven begint bij veertig. Zo voelde het wel, ja. Dat ik solo-voorstellingen ben gaan doen heeft niets te maken met afbreuk van 't verleden. Integendeel, zonder dat verleden had ik dit niet kunnen doen. Van 1997 tot 2002 schrijf en speel ik drie solo-programma's. Vooral 1998 is voor mij een extreem gelukkig jaar: het eerste solo-programma is gelukt en ik kan dat nog een seizoen doorspelen en op dat moment staan er voor het volgende seizoen (nieuw programma) meer dan genoeg geboekt. Ik rij in m'n eentje gelukzalig door Nederland in een 20 jaar oude Volvo, eet in goeie restaurants alvorens al die voorstellingen gelukzalig te spelen. Heerlijk! Dan komt langzaam de klad er in. Het tweede programma speelt veel voorstellingen maar financiëel levert het niet zo veel op. Het derde programma wordt slecht geboekt en daarna doorspelen lukt al helemaal niet. Een eenduidige simpele verklaring is er niet; de duivel schijt altijd op één hoop. De economie is ingezakt, solo-programma's zijn moeilijk te boeken, tenzij je "van de televisie" bent, en ik ben publicitair niet handig. Een heel seizoen speel ik niet. Financiëel onmogelijk want ik heb nooit geld achter de hand.

In 2003 zet ik toch een nieuw programma op (Musical, de cursus) samen met Gerrie van der Klei en Frédérique Sluyterman van Loo. Er worden er slechts 35 geboekt. Ondanks dat dat te weinig is om financiëel uit te komen beslissen de spelers grootmoedig om het toch te spelen en zelfs de technici passen hun offertes aan. We beleven er enorm plezier aan en de krappe begroting wordt gehaald; gelukkig inclusief een slot-diner, een copieuze barbeque bij Gerrie thuis. Maar een nieuwe eigen productie opzetten durf ik niet meer. Ik doe niets liever dan op een toneel staan, maar als ik er niet meer van kan leven wordt het een hobby en dat kan ik me niet veroorloven.

Ondertussen loopt mijn huwelijk op de klippen. Mijn zoon is groot genoeg om het ouderlijk nest te verlaten en ik doe hetzelfde. Een zware en droevige beslissing, waar ik echter geen spijt van heb. Détails daarover gaan niemand iets aan. Wel wrang dat ik op dat moment ineens wél "Bekende Nederlander" genoeg blijk om daarmee (zeer ongevraagd) in de publiciteit te komen, terwijl ik publiciteit qua programma's al een paar jaar nergens kon krijgen. Dat ik dus inmiddels een zeer innige verhouding met Frédérique Sluyterman van Loo heb is dus geen geheim (nee, we gaan niet samenwonen en we willen ook geen kinderen). Na heftig zoeken vind ik een heerlijke kleine woning, waar ik vanuit mijn bed de keizerskroon van de Westertoren kan zien (het kan niet Amsterdamser) en ik begin daar een gelukkiger en blijer leven.

Zonder eigen producties moet ik op zoek naar werk en ik vind die in de musical "Nonsens, Lieve Heren", terwijl er dan ook al onderhandelingen zijn om na de zomer een rol over te nemen in de musical "Hamelen". Ergens is er wel degelijk de frustratie dat ik niet m'n eigen programma's kan maken, maar "elk nadeel heb z'n voordeel". Voor het eerst zijn alle eventuele zorgen niet de mijne. Ik moet m'n werk goed doen, zoals altijd, maar de vertrektijd, de kleding, de begroting, publieksaantallen, publiciteit... ik hoef er allemaal niet meer zelf voor te zorgen. Musical is echt hard werken (geloof me), maar toch voelt het voor mij als een ontspanning.

Benieuwd wat de toekomst verder gaat bieden...







  terug naar bovenaan